‘Bestaande gebouwen bieden veel potentie’
Voorbeeldproject: Circulair kantoor Haskoning

Acht jaar. Zo lang zit er tussen het eerste circulaire kantoor van Haskoning in Amsterdam en het nieuwste hoofdstuk in Delft, in het monumentale Mijnbouwgebouw. Acht jaar waarin circulariteit zich ontwikkelde van pionieren in niemandsland tot een volwassen, maar nog altijd zoekende praktijk. “We stonden toen echt aan het begin,” vertelt Martine Verhoeven, adviseur circulariteit en duurzaamheid bij Haskoning. “En eerlijk gezegd: dat waren fantastische jaren om te experimenteren.” Een gesprek over ambities, opschalen en de onderwaardering van bestaande gebouwen. “Zij bieden veel potentie.”
Het gesprek vindt plaats in het atrium van het Mijnbouwgebouw, sinds juni 2025 het nieuwe onderkomen van Haskoning. Voor de ingrijpende renovatie was dit nog een plein in de open lucht. Nu doet het dienst als overdekt terras, een aangename plek om te lunchen of eventjes te vergaderen. “Het is een hele fijne ruimte geworden,” vindt Verhoeven die acht jaar geleden ook nauw betrokken is geweest bij de transformatie van de autoshowroom aan de Contactweg in Amsterdam, in een energieneutraal en circulair heringericht kantoor van, toen nog, Royal HaskoningDHV. Het kantoor in Amsterdam, opgeleverd in 2017, markeert voor haar een belangrijk kantelpunt. Circulariteit was geen vast onderdeel van uitvragen of standaarden: meetmethodieken stonden nog in de kinderschoenen, leveranciers waren zoekende en restwaardebepaling was vooral theoretisch. “We waren met de aannemer samen aan het uitvinden: welke materialen zijn er überhaupt? Waar vind je ze? En hoe bepaal je dan de circulaire waarde?”

Een illustratief voorbeeld is de zoektocht naar tweedehands tapijttegels. “Ik werd gevraagd: ga eens kijken of dat te krijgen is en ook het liefst in felle kleuren. Tegenwoordig is er een heel palet aan aanbieders; toen was het bellen, zoeken en hopen.” Dat het uiteindelijk lukte, voelde voor haar als een kleine overwinning maar vooral als bewijs dat hergebruik kan werken, mits je bereid bent buiten de gebaande paden te gaan.
Verfijnen
De daaropvolgende kantoren in Groningen en Amersfoort bouwden voort op die eerste ervaringen. Niet door simpelweg dezelfde oplossingen te herhalen, maar door de aanpak te verfijnen. “Elk gebouw heeft zijn eigen context,” benadrukt Verhoeven. “De maatregelen verschillen, maar we worden wel steeds slimmer in het proces.” Een belangrijke verschuiving is in haar ogen van focus op losse materialen naar aandacht voor ketens en samenhang. Maar ook intern zag ze veranderingen. “Circulariteit werd niet langer alleen ‘iets van de duurzaamheidsadviseurs’. We zijn bewust gaan inzetten op kennisdeling binnen het bedrijf. Projectmanagers, installatieadviseurs, iedereen kreeg basiskennis mee. Soms ontdekten collega’s tijdens zo’n sessie dat ze al circulair werkten, alleen noemden ze het nog niet zo.”
"Tegenwoordig is er een heel palet aan aanbieders; toen was het bellen, zoeken en hopen.”
Vooruit denken
In Delft komt alles samen. Het Mijnbouwgebouw, ruim 120 jaar oud, is getransformeerd tot een Paris Proof kantoor waarin circulariteit zichtbaar én doordacht is toegepast. Maar het belangrijkste verschil met eerdere projecten zit volgens Verhoeven niet in de esthetiek, maar in het denken vooruit. “Waar we bijvoorbeeld in Amsterdam vooral bezig waren met hergebruik, kijken we nu nadrukkelijk naar circulair beheer.” Dat betekent: ontwerpen met het oog op toekomstig gebruik. Installaties en plafonds zijn modulair opgezet, met uniforme maatvoering zodat onderdelen eenvoudig kunnen worden vervangen, verplaatst of hergebruikt. “Ook het gebruik zelf is meegenomen. Vaak ontwerpen we alles op de tekentafel en ontdekken pas na oplevering hoe het werkt. Hier is veel bewuster nagedacht over hoe mensen het gebouw daadwerkelijk gebruiken.”
Geen gimmick
Circulariteit is zichtbaar in Delft, maar Verhoeven waarschuwt voor oppervlakkigheid. “Een muur van bijvoorbeeld gerecyclede petflessen is leuk, maar als dat het enige is, wordt het een gimmick.” Tegelijkertijd gelooft ze sterk in het belang van het verhaal achter keuzes. “Niet om te etaleren, maar om uit te leggen waarom je iets doet. Dat creëert begrip en draagvlak.”
Die balans is in haar visie cruciaal, zeker richting gebruikers. Want ja, nieuw voelt in hun ogen vaak aantrekkelijker dan hergebruikt. “Een bedrijf is net een mini-maatschappij. Je hebt koplopers en een peloton. Bewustwording helpt, maar echte acceptatie ontstaat pas als mensen ervaren dat het werkt en dat het prettig is.”
Veel mogelijk
Technisch gezien is er inmiddels veel mogelijk, stelt Verhoeven. Zeker bij productgroepen als tapijt, meubilair en kabelgoten zijn circulaire alternatieven gemeengoed. Maar bij installaties wordt het ingewikkelder. “Daar spelen garanties, prestaties en regelgeving een grotere rol.”
Uit ervaring weet ze inmiddels dat het wel degelijk kan. Zo werkte Haskoning in ziekenhuizen samen met leveranciers om luchtbehandelingskasten te refurbishen inclusief nieuwe garanties. “Niet één keer, maar vijftien keer achter elkaar. Dan zie je: het kan, mits je de juiste partijen bij elkaar brengt.” De grootste uitdaging zit volgens haar dan ook niet in de techniek, maar in het proces. “Je ontwerpt vanuit aanbod in plaats van vraag. Dat vraagt een andere planning, andere afspraken en soms meer tijd aan de voorkant. Die tijd betaalt zich later terug, maar vraagt wel lef.”
“We zijn in vastgoed gewend om alles project voor project te doen. Maar echte verandering vraagt om programma-denken.”
Opschalen
Hoe maak je van deze ervaringen geen uitzonderingen, maar het nieuwe normaal? Verhoeven is stellig in haar antwoord op deze vraag: door projectoverstijgend te werken. “We zijn in vastgoed gewend om alles project voor project te doen. Maar echte verandering vraagt om programma-denken.” Ze verwijst naar voorbeelden uit de infrastructuur en het onderwijs, waar portefeuille-benaderingen leiden tot schaalvoordeel en leervermogen. “Als je een productgroep, bijvoorbeeld installaties, structureel aanpakt, creëer je ruimte voor de markt om te investeren en te innoveren. Dan zet je een systeem in beweging.”
Daarbij zijn opdrachtgevers een sleutelpartij. “Alles begint met de juiste vraag. Als circulariteit pas laat in het proces wordt ingebracht, verlies je speelruimte. Tegelijkertijd,” voegt ze eraan toe, “zie ik dat steeds meer opdrachtgevers ambitieuze doelen formuleren, mede onder invloed van overeenstemming over CO₂-reductie en Paris Proof.”
‘Moeilijkste vraag’
Ambitie. Het woord is gevallen. Op de vraag wat haar ambities zijn klinkt eerst een hele diepe zucht. Dan zegt ze: “Dit vind ik wel de moeilijkste vraag.” Om er na een korte stilte op te laten volgen: “Mijn ambitie zit voor een belangrijk deel in de zorg. Daar zie ik nu echt een beweging op gang komen en tegelijk enorm veel potentie. Niet alleen in het terugdringen van verspilling, maar vooral omdat een ziekenhuis in de kern draait om gezondheid. Dat raakt direct aan de vraag waarom we doen wat we doen. Hoe zorgen we voor omgevingen die bijdragen aan welzijn, met natuurlijke materialen en met keuzes die maatschappelijke waarde én gezondheidswaarde hebben? Het zou prachtig zijn als we dat in ziekenhuizen structureel voor elkaar krijgen, waarbij gebouwen een actieve rol spelen in die transitie. In bredere zin ligt mijn ambitie ook in het beter verbinden van de keten. Met installateurs, leveranciers en andere partners eerder en anders aan tafel, om samen te ontdekken hoe we deze omslag echt kunnen maken. Want alleen zo wordt circulariteit meer dan een losse ingreep, maar een gezamenlijke manier van werken.”
Als een gezamenlijke manier van werken de stip is waar we naartoe moeten, waar staan we dan nu, op een schaal van één tot tien? “Ik geef het denk ik nu een zes. Er gebeurt meer dan vaak wordt gedacht, zeker op het gebied van inrichting en meubilair. Maar bij installaties ligt nog een wereld open. Het gaat ook over waardering, over hoe we waarde toekennen aan producten in een tweede leven en over prikkels in de keten. CO₂-beprijzing, restwaardebepaling, nieuwe businessmodellen, daar ligt volgens mij nog veel onontgonnen terrein.”
Proeftuin
Dat Haskoning zijn eigen kantoren als proeftuin gebruikt, is volgens haar geen toeval. “Het maakt het gesprek met klanten overtuigender. We laten zien dat het kan, inclusief de worstelingen die er soms zijn.” Die houding, steeds een stapje beter willen, ziet Verhoeven als de kern. “Niet perfect, wel oprecht.” Of, zoals ze het zelf samenvat, terwijl ze rondkijkt in het atrium: “Een gebouw van 120 jaar oud nieuw leven geven, op dit kwaliteitsniveau, dat voelt als vooruitgang. En nee, we zijn nooit klaar. Maar dat is misschien juist het mooie.”


