Practice what you preach

Voorbeeldproject: Wat je leert als je je eigen gebouw als proefterrein gebruikt
Practice what you preach

Alex Hesling van Koninklijke Kuijpers en Ivana Radaković van bbn hebben elkaar niet eerder ontmoet, maar wat hun bindt, is gemeenschappelijke ervaring. Ze hebben hun eigen bedrijfspand verbouwd, verduurzaamd met daarbij circulariteit als uitgangspunt. Onder het motto ‘practice what you preach’ gebruikten ze hun eigen gebouw als leeromgeving.

Bij Kuijpers begon het in Den Bosch, binnen het initiatief Kantoor vol Energie. De gemeente wilde in korte tijd tien kantoorpanden verduurzamen en riep bedrijven op om mee te doen. Het 105 jaar oude familiebedrijf Koninklijke Kuijpers is installateur én ook vastgoedeigenaar. “Wij stapten naar voren en deden mee,” vertelt Hesling.

Alex Hesling werd gevraagd om “de kar te trekken”. Hij noemt zichzelf lachend de bouwpastoor namens de familie, maar achter die grap schuilt een serieuze verantwoordelijkheid: hij was opdrachtgever van zijn eigen team. Elke keuze voelde daardoor persoonlijker, zichtbaarder en soms ook zwaarder.

Ze nodigden een aantal vertrouwde architecten uit, geen formele aanbesteding, maar een open uitnodiging: verbind twee bestaande panden, doe het circulair en zorg dat het weer los kan. Het tussenstuk moest demontabel zijn, een soort groeimodel. Architect Saskia Oranje kwam met een Lego-achtig idee: eerst een pergola, dan één verdieping, dan twee, dan drie. Corona gooide roet in het eten, maar versnelde ook de beslissing: ze bouwden uiteindelijk in één keer door.

Voor Hesling werd het pas echt spannend bij de installaties. “Circulariteit,” legt hij uit, “is in de installatietechniek geen kwestie van simpelweg oude spullen hergebruiken. Veel techniek slijt, elektronica veroudert, leidingwerk is maatwerk. Dus keken we naar de R-ladder. Helemaal bovenaan: Refuse en Reduce. Wat als circulariteit vooral betekent: minder nodig hebben?”

De engineers kregen een ongemakkelijke opdracht: “Vergeet even wat je geleerd hebt.” Ze lieten vertrouwde normen los, rekenden opnieuw en kwamen tot kleinere installaties, tot wel dertig procent minder vermogen, minder materiaal, minder onderhoud. Ze lieten oude radiatoren zitten in plaats van nieuwe systemen te installeren. Het voelde riskant, maar het werkte.

En ze deden nog iets anders: ze lieten het gebouw meebewegen met de seizoenen. Geen heilige 21 graden meer, zomer en winter hetzelfde. In de winter iets koeler, in de zomer iets warmer, ondersteund door het idee van adaptief comfort (ATG). Eerst op henzelf getest, pas daarna naar klanten.

bbn: van huurder naar heruitvinder

bbn, regisseur van gebouwen en gebieden, zat dertig jaar in een gehuurd pand met energielabel F. “We adviseerden opdrachtgevers over duurzaamheid, maar zaten zelf in een gebouw dat daar haaks op stond,” vertelt Ivana Radaković, duurzaamheidsmanager bij bbn.

Toen de eigenaar niet wilde verduurzamen, besloot de directie het huurcontract op te zeggen en gingen op zoek naar een ander pand. Ze zochten bewust géén nieuwbouw, maar een bestaand pand dat CO₂-neutraal, circulair én natuur-inclusief gemaakt kon worden. Tot hun verrassing bleek het aanbod klein.

Uiteindelijk kwamen ze uit bij een leegstaand kantoorgebouw uit de jaren ’90 in Houten. Twee betonnen bouwdelen konden blijven staan; het middenstuk is gesloopt en in hout (CLT) opnieuw opgebouwd. Daarmee is veel constructie en fundering behouden en is de milieu-impact sterk verlaagd.

Wat Radaković in het gesprek vooral voelbaar maakt, is dat duurzaamheid hier niet alleen over techniek ging. “We wilden een centrale trap, een gezamenlijke kantine, plekken waar je elkaar vanzelf tegenkomt. Het gebouw moest ‘goed voelen’ en ontmoeting mogelijk maken. Daarom is niet alleen naar prestaties gekeken, maar ook naar beleving: natuurlijke materialen (hout, leemstuc, oplosmiddelvrije verf) en een zee aan groen.  Circulariteit werd zo ook een menselijk, sociaal verhaal.”

Waarom ‘beter benutten’ ertoe doet

Beide projecten sluiten aan bij Europese en nationale ambities: minder sloop en nieuwbouw, meer hergebruik, een lagere materiaalvoetafdruk en een verschuiving van lineair naar circulair bouwen. Maar hun verhalen laten vooral zien hoe complex die omslag in de praktijk is: technisch, organisatorisch en cultureel. Het gaat niet alleen om andere materialen, maar om andere manieren van denken, samenwerken en risico nemen.

Wat je leert en waar het schuurt

Je hoort in het gesprek hoe zowel Hesling als Radaković tegen dezelfde grenzen aanlopen: normen, garanties, aansprakelijkheid en de moeilijkheid van standaardisatie in een sector die van oudsher maatwerk is. Beiden ontdekken dat circulariteit niet alleen over materialen gaat, maar over ontwerpkeuzes, samenwerking en het durven afwijken van gebaande paden.

Wat leerden ze van elkaar?

Het was zeker interessant om zo eens ervaringen met elkaar uit te wisselen geven Hesling en Radaković aan. Zo vertelt Hesling achteraf: “Wat mij is bijgebleven uit dit gesprek, is het betrekken van de gebruikers van het pand in een vroeg stadium bij de keuzes die je als bedrijf maakt. Circulaire oplossingen hebben toch echt wel wat uitleg nodig.”

Theorie versus praktijk

Het glasverhaal van Radaković is een mooi voorbeeld van waar je onverwacht tegen aan kunt lopen. “We vonden een donorpand met precies het juiste aantal en type binnenpuien,” vertelt ze. ”We lieten het zorgvuldig demonteren en opslaan, helemaal perfect in theorie. Maar toen we het uitpakten bleek het door condensschade onbruikbaar geworden en hadden we alsnog nieuwe puien nodig.” Een pijnlijke les: circulariteit vraagt niet alleen goede bedoelingen, maar ook infrastructuur, timing, opslag en logistiek. Maar bovenal: theorie en praktijk lopen niet altijd gelijk.

Flexibiliteit en losmaakbaarheid

Zowel bij Kuijpers als bij bbn is het tussenstuk in het gebouw demontabel. Radaković wijst daarbij op hout als waardedrager: losmaakbaar, goed te herbestemmen en aantrekkelijk als interieurmateriaal. Tegelijk erkennen ze beiden dat volledige herbruikbaarheid niet vanzelfsprekend is: veel blijft maatwerk en vraagt standaardisatie en goede documentatie om restwaarde echt te verzilveren.

Hoe circulariteit in de uitvraag terechtkomt

Hoe kun je het geleerde nu doortrekken naar aanbestedingen en opdrachtgeverschap? Hesling is daar duidelijk in: “Als je aan de voorkant alles met normen en bestekken dichttimmert, krijg je nooit de innovaties die je eigenlijk wil.”

Wat volgens beiden vooral nodig is, is een andere manier van uitvragen:

  • meer dialoog, minder voorschriften,
  • meer doelgericht, minder middelgericht,
  • meer vertrouwen in marktpartijen.

“Bij de gemeente Eindhoven hebben we daar een mooi voorbeeld van,” vertelt Hesling. “Daar werkten we vanuit een consortium in een alliantie samen met de gemeente Eindhoven. Het uitgangspunt was: het doel staat vast, de weg ernaartoe wordt gezamenlijk bepaald. Zo verduurzamen we het stadhuis, de stadhuistoren, het Mercado, het Van Abbemuseum en het NRE gebouw.”

Een andere manier van bouwen en samenwerken

Wat uit de twee verhalen naar voren komt, is dat circulariteit geen checklist is. Geen setje maatregelen dat je even toepast. Het is een andere manier van kijken, ontwerpen, rekenen, bouwen en samenwerken. Het vraagt moed om normen los te laten, tijd om te experimenteren en niet bang zijn om te falen. En misschien is dat wel de meest menselijke les van deze twee kantoren: je leert het pas echt, als je het eerst op jezelf toepast.