Van strippen naar slim behouden
Transitie in de Praktijk: Circulair herinrichten van utiliteitsgebouwen

Het renoveren en herinrichten van utiliteitsgebouwen verloopt nog opvallend vaak volgens een vast patroon. Het oude interieur wordt gestript, materialen verdwijnen in containers en wat terugkomt is nieuw, strak en efficiënt, maar nog zelden circulair. Dat wringt. Want technisch kan er inmiddels veel meer dan we doen. Esthetisch ook. De vraag is dus niet langer óf circulair herinrichten kan, maar hoe we ervoor zorgen dat het de standaard wordt.
Deze vraag stond centraal tijdens een recente editie van Transitie in de Praktijk (TiP) van De Bouwcampus, die volledig in het teken stond van circulair herinrichten van utiliteitsgebouwen. Een select gezelschap van denkers en doeners ging met elkaar in gesprek, niet vanuit theorie, maar aan de hand van concrete projecten en ervaringen. “Waarom gooien we eigenlijk alles weg als we verhuizen of herinrichten?” vatte transitie-expert Wytze Kuijper het vraagstuk samen. “Iedereen voelt dat dat niet logisch is, maar toch doen we het nog steeds.”

Rijksmonument
Decor voor de bijeenkomst was het nieuwe kantoor van Haskoning in Delft: een rijksmonument uit 1912 dat circulair is vernieuwd tot een Paris Proof werkplek. Historische structuren zijn hier behouden, terwijl het interieur grotendeels bestaat uit hergebruikte en demontabele elementen. Het gebouw fungeerde niet alleen als inspirerende omgeving, maar ook als bewijs dat circulariteit en kwaliteit elkaar niet hoeven te bijten.
“Het uitgangspunt hier was: kunnen we gebruiken en benutten wat we al hebben?” vertelt Martine Verhoeven, adviseur circulariteit en duurzaamheid bij Haskoning. “Dat klinkt simpel, maar het vraagt een fundamenteel andere manier van denken over tijd, geld en verantwoordelijkheid.”
Dat circulair herinrichten nog geen vanzelfsprekendheid is, heeft volgens de aanwezigen weinig te maken met onwil. Het zijn vooral de bestaande reflexen die hardnekkig blijken. “Er is altijd haast,” stelde Kuijper. “En uiteindelijk gaat het gesprek toch weer over geld.” Deze observatie werd herkend door Thijs Huijsmans, manager duurzaamheid bij Heijmans. “We trekken de aarde nog steeds praktisch gratis leeg. Dat is gewoon goedkoper dan materialen zorgvuldig oogsten uit een bestaand gebouw. Zolang dat zo is, blijft het lastig om een goed verdienmodel voor circulariteit neer te zetten.”
Tegelijkertijd ziet Huijsmans juist bij herinrichting kansen. “Bij afbouw en inrichting komen materialen relatief snel vrij. Denk aan tapijttegels, binnenwanden, plafonds. Daar boeken we nu al de meeste successen. Maar het is nog niet zo dat we in elk project standaard circulaire producten toepassen.”
"Het vraagt een fundamenteel andere manier van denken over tijd, geld en verantwoordelijkheid”
Belangrijke les
Een belangrijke les uit projecten als De Nieuwe Post in Arnhem waar Huijsmans aan werkt, is dat eenvoud helpt. “We hebben bewust niet gekozen voor een complexe methodiek. Een MPG-score van 0,7 zegt weinig op de bouwplaats. Maar iedereen begrijpt het verschil tussen primaire en secundaire materialen. Dus hebben we daar targets op gezet. Dat werkt: van de grote betonelementen tot het plintje langs de muur.” Volgens Huijsmans raakt dat de kern van circulariteit: “Het gaat erom dat je nu al randvoorwaarden creëert voor een lange levensduur in de toekomst.”

Portefeuille
Ook Martine Verhoeven benadrukte dat circulariteit pas echt tractie krijgt als het schaal krijgt. “Wat mij vandaag opnieuw aan het denken zette, is dat we niet op losse projecten moeten blijven sturen, maar op programmaniveau. Als je het stelselmatig op portefeuille-niveau aanpakt, creëer je ruimte voor de markt en zet je andere prikkels.” Bij Haskoning wordt die benadering volgens haar steeds verder doorgevoerd. “Waar we in eerdere projecten nog zoekend waren naar hergebruik, kijken we nu al vooruit naar circulair beheer. Hoe ontwerp je installaties, plafonds en wanden zo dat ze in de toekomst eenvoudig te vervangen of te verplaatsen zijn?”
Op de vraag waar we staan op een schaal van één tot tien, is Verhoeven voorzichtig optimistisch. “Ik zou zeggen een zes. Er gebeurt al veel, zeker bij inrichting en meubilair. Maar bij installaties hebben we nog een wereld te winnen.”
"We moeten niet op losse projecten moeten blijven sturen, maar op programmaniveau"
Lastig
Dat juist bij installaties grote uitdagingen liggen, herkent ook Yvonne van der Brugge, directeur-generaal van het Rijksvastgoedbedrijf. “Circulair bouwen in nieuwbouw is al lastig, maar in renovatie is het echt pionieren. En laat dat nou precies onze grootste opgave zijn, met twaalf miljoen vierkante meter vastgoed.”
Het Rijksvastgoedbedrijf probeert daarom bewust te experimenteren. “Op voormalig vliegbasis Valkenburg hebben we een kantoor gebouwd van afval. Tegels uit de keuken werden gebruikt om kapotte tegels in de gang te vervangen. Glas, tapijt, installaties alles is zo veel mogelijk hergebruikt. Die kennis delen we actief, want het is publiek geld. Iedereen moet hiervan kunnen leren.”
Volgens Van der Brugge zit de sleutel in opschaling en meetbaarheid. “Als je circulariteit in CO₂ of anderszins meetbaar maakt, kun je het ook in geld uitdrukken. En geld blijft toch de motor. Dat kan net het zetje zijn waardoor het over het randje van kostenefficiëntie gaat.”
Verantwoordelijkheid
Ook de rol van ontwerpers kwam nadrukkelijk aan bod. Annegien van Dijk, bestuurslid van de BNA, ziet voor architecten een dubbele verantwoordelijkheid. “We moeten opdrachtgevers laten zien wat de meerwaarde van circulair herinrichten is en tegelijk uitvoerende partijen meenemen in het idee dat het niet per se ingewikkelder of duurder hoeft te zijn.” Dat gesprek is soms ongemakkelijk, erkent zij. “Je moet durven vragen: wat wil je nu écht? Wil je maximale kwaliteitseisen én een circulair gebouw? Want daar gaat het soms knellen. Door dat bespreekbaar te maken, ontstaat ruimte voor andere keuzes.”

Timing
Voor Peter Meijer van Kuijpers Installaties is timing cruciaal. “Wij willen circulariteit graag toepassen, maar dan moeten we eerder in het proces betrokken worden. Nu krijgen we vaak een uitgewerkt ontwerp en moeten we terug naar de tekentafel. Dat kost tijd en die is er helaas meestal niet.” Volgens Meijer liggen daar kansen voor zowel CO₂-reductie als kostenbesparing. “Als je installaties kleiner maakt, daalt de milieubelasting én het energiegebruik. Maar dat vraagt wel dat opdrachtgevers en adviseurs hier aan de voorkant over nadenken.”
Balans
Aan het einde van de middag werd voorzichtig de balans opgemaakt. Volgens Wytze Kuijper is er iets wezenlijks in beweging gezet. “Je ziet herkenning ontstaan: we zitten allemaal met hetzelfde vraagstuk. Dat besef is een eerste vorm van commitment.” Maar daar mag het niet bij blijven. “Een mooi besluit in de directie is niet genoeg. Iemand in de organisatie moet morgen de ruimte krijgen om ermee aan de slag te gaan. Want circulariteit wordt pas echt als je jezelf afvraagt: wat kan ik morgen anders doen dan vandaag?”
Voorbeelden
Wat deze editie van Transitie in de Praktijk vooral liet zien, is dat de sector klaar is voor de volgende stap. De techniek is er. De voorbeelden zijn er. De wil is breed aanwezig. Wat nog nodig is, is consistentie: eenduidige uitvragen, programmatische aanpakken en het lef om bestaande routines los te laten.
Het gebouw van Haskoning in Delft laat zien dat circulair herinrichten kan, ook in een monument. De gesprekken tijdens TiP maken duidelijk wat ervoor nodig is. De uitdaging ligt nu in de praktijk: niet langer pilots draaien, maar elke herinrichting aangrijpen om het morgen beter te doen dan vandaag.
"Wat kan ik morgen anders doen dan vandaag?”
Vijf inzichten uit Transitie in de Praktijk
1. Circulariteit strandt zelden op techniek, maar op organisatie
De oplossingen zijn er: herbruikbare wanden, tapijt, plafonds, demontabele installaties. Wat circulariteit tegenhoudt, is meestal geen technische beperking maar een organisatorische. Haast, gefragmenteerde verantwoordelijkheden en late besluitvorming maken dat bekende lineaire keuzes de overhand krijgen. Wie circulair wil herinrichten, moet dus vooral het proces anders organiseren.
2. Zonder duidelijke uitvraag geen circulaire markt
Marktpartijen zijn bereid om circulaire oplossingen te leveren, maar wachten op een eenduidig signaal van opdrachtgevers. Zolang circulariteit pas laat of vrijblijvend wordt genoemd, blijft het bij goede bedoelingen. Een scherpe uitvraag aan de voorkant met expliciete keuzes over herkomst van materialen, restwaarde en toekomstig hergebruik, zet de toon voor het hele project.
3. Programma’s versnellen waar projecten vertragen
Losse pilots leveren inspiratie op, maar veranderen het systeem niet. Pas wanneer circulair herinrichten op portefeuille-niveau wordt aangepakt, ontstaat schaal, voorspelbaarheid en ruimte voor ketenpartners om te investeren. Programma’s maken circulariteit minder risicovol en meer rendabel voor alle partijen.
4. Installaties zijn de sleutel tot de volgende versnelling
Bij afbouw en inrichting wordt al relatief veel hergebruikt, maar installaties blijven achter. Niet door onwil, maar omdat installateurs vaak te laat worden betrokken. Vroeg samenwerken maakt het mogelijk om installaties kleiner, efficiënter en herbruikbaar te ontwerpen, met directe winst in CO₂-reductie én kosten.
5. Het kantelpunt zit in doen, niet in nog meer ambitie
De wil is er, het bewustzijn ook. Wat nu nodig is, is handelingsperspectief: wat kan morgen anders dan vandaag? Circulariteit groeit niet door grote visies alleen, maar door elke herinrichting net iets slimmer aan te pakken dan de vorige. Dáár ontstaat het nieuwe normaal.


