‘We gooien te veel weg, omdat het systeem dat van ons vraagt’

Voorbeeldproject: Hergebruik in de praktijk bij Stekerbaas
‘We gooien te veel weg, omdat het systeem dat van ons vraagt’

Wie met Rick Schraven praat, merkt het meteen: zijn zoektocht naar circulaire oplossingen begon niet met een ambitieus businessplan, maar met verbazing. “Ik keek rond op projecten en vroeg me af: waarom belandt zóveel perfect bruikbaar materiaal in de container?” Het was die ogenschijnlijk simpele vraag die uiteindelijk zou leiden tot Stekerbaas, een organisatie die zich richt op circulair installeren en het hergebruik van installatiematerialen. Een gesprek met Schraven over onder andere hoe de wandgoot uitgroeide tot een serieuze circulaire innovatie.

De installatiebranche produceert jaarlijks enorme hoeveelheden afval. Veel materialen worden standaard afgeschreven, ook als ze technisch en esthetisch nog jaren mee kunnen. Schraven: “We zitten gevangen in een systeem waarin het normaal is om nieuw te bestellen. Je wil zekerheid, je wil tempo, je wil dat alles op elkaar aansluit. Hergebruik wordt dan al snel gezien als gedoe.”

Maar wie volgens hem de moeite neemt om wél te kijken, ziet vaak iets anders. “Een wandgoot bijvoorbeeld,” zegt hij. “dat is een superdegelijk, demontabel product. Toch gooien we het weg omdat een renovatie nou eenmaal vraagt om ‘nieuw’. Maar technisch gezien is er vaak niets mis mee. Het is zonde van het materiaal, zonde van de CO₂ en zonde van het budget.” Voor Schraven werd de wandgoot dan ook vooral het symbool van een andere manier van werken: een manier waarin hergebruik niet de uitzondering is, maar het uitgangspunt. Niet omdat je de wereld wil redden, “al helpt dat natuurlijk”, maar omdat het gewoon logisch is.

"Installateurs en gebruikers moeten het verschil met nieuw niet kunnen zien”

Serieuze werkwijze

Wat begon als een proef op een projectlocatie, groeide in korte tijd uit tot een serieuze werkwijze. Wanneer een gebouw wordt leeggehaald of heringericht, demonteert het team van Schraven de wandgoten zorgvuldig, transporteert ze naar de werkplaats en onderwerpt ze aan een strak proces: reinigen, technisch keuren, waar nodig repareren en opnieuw afwerken. “Het resultaat moet goed zijn,” benadrukt Schraven. “Niet ‘goed voor hergebruik’, maar gewoon goed. Installateurs en gebruikers moeten het verschil met nieuw niet kunnen zien.” In veel projecten blijkt dat ook daadwerkelijk zo te zijn. Refurbished wandgoten krijgen een schone laklaag en zijn esthetisch vrijwel niet te onderscheiden van nieuw materiaal.

Daarnaast maakt het demontabele karakter van wandgoten ze ideaal voor flexibele en tijdelijke omgevingen, zoals projectbureaus, onderwijsruimtes of tijdelijke huisvesting. “We hebben wandgoten al meerdere keren ‘meeverhuisd’ naar nieuwe locaties,” vertelt hij. “Dat is pas echt circulair: materialen die letterlijk meerdere levens krijgen.”

Positief

Volgens Schraven zijn de reacties van opdrachtgevers verrassend positief. Niet omdat hergebruik een ideaal is, maar omdat het praktische voordelen oplevert. Minder afval op de bouwplaats, minder transport, lagere kosten en vooral: een werkproces dat niet vertraagt. “Hergebruik wordt vaak gezien als ingewikkeld, maar dat is een misvatting,” zegt hij. “Als je het goed organiseert, dus goed plannen, controleren en prefabriceren, dan is het gewoon een reguliere logistieke handeling.” Tijdens het gesprek komt hij vaker terug op dat woord: organiseren. “We gooien niet weg omdat we dat willen, maar omdat het systeem er niet op is ingericht om het anders te doen. Verandering begint dus niet bij de moraal, maar bij het proces.”

“Hergebruik wordt vaak gezien als ingewikkeld, maar dat is een misvatting”

Meetbaar

Waar het bij veel duurzaamheidsmaatregelen draait om idealen, legt Schraven echter de nadruk op meetbare impact. Hergebruik van wandgoten levert een concrete CO₂-besparing op, omdat staal een energie-intensieve en kostbare grondstof is. “In sommige projecten besparen we honderden tot duizenden kilo’s CO₂ door simpelweg geen nieuwe wandgoten te bestellen.” Daarnaast voorkomt het een enorme hoeveelheid afval, vooral in renovatieprojecten waar traditioneel veel wordt gesloopt. “Een wandgoot toepassen voorkomt sowieso hak- en breekwerk in muren,” legt hij uit. “Als je hem óók nog eens kunt hergebruiken, stapelt de duurzaamheid zich op.”

De methode wordt inmiddels toegepast in uiteenlopende sectoren: onderwijs, industrie en utiliteitsbouw. En het blijft niet alleen bij wandgoten. Zo werken Schraven en zijn team ook aan het opnieuw inzetten van stekerbare installaties en kabelgoten. “Het gaat ons niet om één product. Het gaat om het principe.”

De keten veranderen

Stekerbaas werkt bewust samen met verschillende partners, zoals installateurs, bouwbedrijven en fabrikanten. Die samenwerking is ook nodig, vindt Schraven, want circulair herinrichten vraagt om een ketenaanpak. “Je kunt niet in je eentje circulair worden. Je hebt elkaar nodig om veilig te demonteren, te keuren, garanties te organiseren en weer op te bouwen.” Het is daarom niet voor niets dat hij actief meedenkt over standaarden, zoals bijvoorbeeld het circulaire Programma van Eisen (PvE) dat door Merosch wordt opgesteld. “Dat PvE maakt circulaire installaties toetsbaar en meetbaar. Pas dan kun je er beleid op maken en er structureel mee werken.” Hij noemt het een belangrijke stap naar meer volwassenheid in de sector.

"Circulair herinrichten vraagt om een ketenaanpak"

Slimmer

Wat Schraven het meest drijft, is de praktijk. Niet de beleidsdocumenten, niet de strategieën, maar de concrete vraag: wat kunnen we vandaag slimmer doen dan gisteren? “Innovatie ontstaat vaak door iets kleins te zien,” zegt hij. “De wandgoot was bijna toevallig onze eerste stap. Maar elke keer dat we een product tegenkomen dat eigenlijk prima herbruikbaar is, gaat het weer kriebelen.”

Hij weet dat circulair werken in de bouw nog niet vanzelfsprekend is. Het vraagt om durf, vertrouwen en standaardisatie, zeker wanneer projecten onder tijdsdruk staan. Maar volgens hem is er één overtuigend argument dat vrijwel iedereen aanspreekt: het werkt. “Als je een product een tweede leven kunt geven zonder kwaliteitsverlies en zonder extra gedoe, waarom zou je het dan níét doen?” vraagt hij retorisch om er na een korte stilte in één adem aan toe te voegen: “Het is gewoon logisch.”

Kernpunt

Aan het einde van het gesprek komt Schraven terug op een kernpunt: circulair herinrichten vraagt niet eerst om grootse plannen, maar om een andere manier van kijken. “Je hoeft niet meteen je hele organisatie om te gooien,” zegt hij. “Begin bij één materiaal. Eén project. Eén kans om iets niet weg te gooien.” Zo’n pragmatische houding schakelt in zijn ogen idealisme en realisme namelijk naadloos in elkaar. “Hergebruik moet niet het moeilijke alternatief zijn, maar de normale reflex. Niet denken in wat er níét kan, maar in wat er wél kan.”